Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
HOE GAAT HET MET ONZE OUD-COLLEGA'S?
INTERVIEW MET JOS HESP (deel 1)

                                                                           Door Wil Maaswinkel

Jos Hesp heeft 38 jaar van zijn leven in de KL gewerkt. Hij werkte vooral bij het KCT  en de LO&Sport. In 2020 kreeg Jos een hartinfarct, darmkanker, twee maal een hartstilstand en een herseninfarct. Toen hij was opgeknapt, kreeg hij van Lotte (een kleindochter) het (invul)boek “Opa, vertel eens”. Een verzoek om zo zijn levensverhaal te schrijven. Maar Jos zag het niet zitten vragen zoals: “Hoe heb je oma voor het eerst ontmoet”, met een pennetje in zo’n boek te beantwoorden.
Niettemin kroop hij wel achter de computer en zette voor zijn familie en vrienden zijn leven - in thema’s - grotendeels op papier. Dat werd bijna een boek. Voldoende reden Jos 5 vragen te stellen.

Jos, hoe heb je dat schrijven van je levensverhaal aansluitend  aan zo’n fysiek en mentaal heftige periode ervaren?

Na totaal onverwachte hartproblemen, 3 darmoperaties, waarvan een met een zeer problematische IC opname en een herseninfarct was ik er klaar mee. Zwak, 18 kilo minder, aangeslagen, wankele mobiliteit en sterk geheugenverlies (boven mijn wenkbrauwen was alles wazig). Ik kreeg therapie. Na het peilen van mijn levensgeschiedenis, karakter, hobby’s en toenmalige problemen kwamen er twee adviezen: bewegen plus mijn leven beschrijven, met daarbij vermijden om te diep op negatieve gebeurtenissen in te gaan. Graven en werken naar herinneringen.

Een perfecte therapie: bewegen deed ik al zoveel en goed mogelijk. Schrijven vond ik - na een cursus opleidingsontwikkeling op het OCDML - al 32 jaar leuk. Ik ben gaandeweg opgekrabbeld, nu fysiek redelijk ondanks een hartknijpkracht van 50%, wandel 3x per dag (inmiddels zonder rollator) en ben weer positief plus vol ambities en ondernemingslust. Het geheugen is weer afdoende hersteld door nieuwe verbindingen in mijn hersenen. Net spieren: gebruiken bevordert herstel.

Leuke bijvangst zijn de hernieuwde contacten uit het verleden. Ik laat elk thema verifiëren door mensen uit zo’n themaperiode: familie, lichtinggenoten, rugbymaten, vroeger getrainde voetbaljeugd, voormalige bazen en medewerkers. Geweldig gezellig en soms ontroerend. Zo kwam ik ook weer in contact met Wil Maaswinkel.
Mijn les na deze periode: koester het verleden, pluk de dag en kijk uit naar morgen.


Wanneer en hoe ben je in de LO&S organisatie terecht gekomen en wat ging daaraan vooraf? Welke functies heb je als LO&Sportman vervuld? 
Als je nu terugkijkt, welke functie was het meest op je lijf geschreven en van welke functie(s) heb je het meest plezier gehad?

Eind 1964 kwam ik van de KMS af. 1965: instructeur 1e Depot Infanterie, daarna naar het KCT. ECO, VCO en 1 lichting PS 2e pel 104 Wrnverkcie. De tweede lichting als “vliegende keep” ingezet bij alle commandopelotons. Veel mooie momenten in eigen land, België, Frankrijk, Engeland en Schotland. In Duitsland maakte een grote oefening in ons toenmalig “koude oorlog” inzetgebied aan het IJzeren Gordijn veel indruk: “In een oorlog komen we hier niet meer weg”. We waren in het weekend bij burgers ingekwartierd, die ons als hun persoonlijke beveiliging zagen.

April 1968 werden we met 3 sergeanten bij de S1 geroepen. Hij verdeelde - zonder inspraak - de vacatures. Frans kreeg als hiërarchisch oudste het - vanwege de gevarentoelage - populaire para-instructeur. Ik sportinstructeur, want ik speelde in het Korpselftal en had het ZMV diploma behaald. Kees werd - als overgeblevene en jongste - ECO instructeur, een erebaan. Zo ging dat toen. Je accepteerde het gewoon.

Ik bleef 7 jaar op het KCT: onderbroken door een aantal detacheringen bij 435 van Heutsz in Breda en Büren (Westfalen, Duitsland) als LO&S instructeur en tgv Welzijnszorg. Ook bij deze jongens kon je terecht met ongewapend vechten, boksen, WOH, terreinwerk en wagenspringen in daarvoor uitermate geschikt terrein.

Vervolgens van 1975 tot 1979 instructeur op het net opgerichte OCLO. Na een inwerkperiode in Hooghalen naar een prachtige accommodatie in Ossendrecht.

1979 - 1982: terug op het KCT als instructeur en plv C. De verantwoordelijkheden van het LO&S bureau waren fors toegenomen met het fysieke deel van de roemruchte tweeweekse overlevingsoefening “Slimme Streupers / Stubborn” in de Schnee Eifel. Het parachutespringen was verder om efficiency redenen in Pau (Frankrijk), waar - tussen het springen door - de gaten met FT/LO&S ingevuld moesten worden. Rotsklimmen/ WOH vond nu in Marche les Dames plaats voor ECO en 104. Ten slotte elke donderdag het fysieke en mentale deel training plus de operationele inzet WOH van het Arrestatieteam Zuid (Rijkspolitie). LO&S KCT was een stuk verder “vergroend”.

1982 - 1983: Hoofd LO&S OCMGD in Hollandsche Rading, gevolgd door 2 jaar Hoofd LO&S legerplaats Ossendrecht als sergeant majoor op adjudanten functies.

1985 - 1989: OCLO. Deze keer Planning & Coördinatie, opleidingscontrole en didactisch begeleiden. Wegens een tekort aan instructeurs werd ik ook ingezet voor instructie op het OCLO en vanwege mijn Cordelet Rouge “uitgeleend” voor de ECO’s KCT, GVA’s KMA en OCOSD in Marche les Dames (België) plus de GVA’s KMS in de Eifel.
Een hectische en drukke tijd.

Intussen luitenant geworden, kreeg ik van 1990 - 1993 een laatste LO&S functie: de eerste Kwaliteitsbewaker KL voor het Rotsklimmen / WOH tevens Hoofd LO&S KCT. Het bureau had bij aanvang 3 vacatures. Een gigantische klus, maar wel een op mijn lijf geschreven functie, die ik met veel plezier vervuld heb met een gemotiveerd stel kerels, die deze werkdruk aankonden en door hun uiteenlopende karakters c.q. kwaliteiten alle gevraagde rollen aan konden. Dat was zeker nodig gezien onze opdrachten: het eigen bureau LO&S KCT runnen, (hulp)instructeurs Rotsklimmen / WOH opleiden, GVA’s KMA, OCO en KMS maken en leiden, het - door het GVA succes - tegengaan en stoppen van ontstane wildgroei in binnen- en buitenland plus daarbij nog alle bijbehorende syllabi, oefenstukken en handleidingen produceren.  

Eind 1992 kwam daar nog de steunverlening aan het oprichten van de Luchtmobiele brigade bij en - gedurende de drie eerste lichtingen - het prima sportbureau van de Oranjekazerne daarin meenemen. Oefening Mountain rope en de dag Rurtal, tijdens eindoefening Red Falcon bij Nideggen, waren belangrijke, arbeidsintensieve bijdragen, waaraan ik met voldoening terugdenk. Plv Piet Paul was in alles onmisbaar.

Bij overplaatsing waren alle actiepunten volbracht. Vacatures gevuld en LO&S Luchtmobiel op eigen benen. Ons commandoprofiel, af en toe eens stoom uitblazen, anders denken en doen, flexibiliteit en beroepshouding waren de pijlers eronder. Nog steeds respect voor de instructeurs! Een groen voorbeeld voor LO&S collega’s.

Een zeer prettige job was de periode instructeur OCLO. Dit nieuwe instituut bestond uit ALO opgeleide jonge officieren met een paraat militair verleden, drie geselecteerde onderofficieren met ruime ervaring en gevarieerde bagage plus zo nodig dienstplichtige sergeanten. Alles onder leiding van de enthousiaste HOZ Maaswinkel en mentorschap van de ervaren burgerdocent Oldenburger. Het klikte met elkaar. Neuzen dezelfde kant op. Een groep met opgestroopte mouwen en een vergezicht. Uitjes zoals feestavondjes c.q. volley, voetbal en rugbywedstrijden in de regio (al dan niet met de dames erbij) verhoogden de sfeer en de groepscohesie.   

In tegenstelling tot de SMLO Hooghalen was de te verwerken materie nu in 3 vakgroepen verdeeld. Het verhoogde de instructiekwaliteit. Je kon met elkaar de diepte in en door creativiteit - na onderlinge toetsing en respons - vervolgens tot nieuwe input komen. Het liep als een trein. Je stuwde elkaar op in de vaart der volkeren. Er ontstond veel nieuwe leerstof bijv. bij loop- en organisatievormen en terreinwerk. Mijn bijdragen waren rugby en een KCT module gekoppeld aan de nachtelijke line cros: een eenvoudig - met minimale inzet te organiseren - parkoers met tweetallen. Van stormbaan Arnhem naar de koffiekamer OCLO, 24 km.
Ik voelde me na deze plaatsing uitermate senang, gehoord en nuttig. Een prima tijd.


Welke functies vervulde je op het KCT? Als je terugkijkt: wat zijn je belangrijkste herinneringen? Je hebt ook nog functies buiten de LO&Sportorganisatie en het KCT vervuld? Hoe heb je dat beleefd?

Hoofd instructiegroep Externe opleidingen; de opvolger van Pantserstorm. Vanwege de overgang van de dienstplicht naar een vrijwilligersleger en de op gang komende uitzendingen, vond de bevelhebber KL dat er trainingen onder verzwarende omstandigheden moesten komen. GVA, maar ook militair handwerk waren daarbij gewenst. Het KCT kreeg de opdracht een menukaart samen te stellen, waar de commandanten uit konden kiezen. Zij wisten immers zelf het beste waar hun eenheid behoefte aan had. Twee tot 3 maanden voor de cursus ging ik naar betreffende CC en overlegde over de inhoud; daarna naar zijn bureau LO&S om de voorbereiding door te spreken. Fysieke en mentale weerstand doe je niet in een of twee weken op. Soms had de CC zelf al de LO&S uitgenodigd. Dat zei mij dan wat over zijn relatie met de “sport”. De cursussen stonden open voor iedereen; van logistiek tot luchtmobiel.

Deze formule sloeg aan, gezien de vele dankbetuigingen en complimenten van commandanten aan ons team en het Korps. De situatieve, flexibele aanpak van het team, hun (uitzend)ervaring en de motivatie van de eenheden, die begrepen waar ze het voor deden, hadden hier een grote bijdrage aan. Bureau LO&S KCT had een belangrijke en creatieve bijdrage: WOH werd bijvoorbeeld uitgebreid naar  uitvoeringen bij duisternis, met slaaptekort en na langdurige fysieke inspanning.     
Deze module werd vaak door CC’n gekozen en vond plaats op de “aangeklede” klimtoren, touwbaan, hindernisbaan in Roosendaal en de brug van Keizersveer.

Na mijn uitzending naar Bosnië, werd ik C - Instructiepeloton tevens plv C SSV cie.
De instructie vond plaats binnen 12 groepen: ECO tot Para, Overleving tot Demolitie en Vaarschool tot Optreden Bergachtig Terrein, etc. Een veelomvattende en zware allerlaatste klus. Bonus was het actief bezoeken van de (veel) op dislocatie werkende groepen zoals parasprongen in Pamiers, Biesbosch met kano en buitenboord plus het behalen van de leergang Gehen durch gelände, winter-/sommerteil in Mittenwald.  

Een met voldoening afgesloten tijd, maar wel redelijk puffend het einde gehaald.


Je hebt ook nog functies buiten het KCT en de LO&S organisatie vervuld. Hoe heb je dat beleefd?

De eerste plaatsing als “vakbaas” was Hoofd Opleidingsontwikkeling en Didactisch begeleiden op het OCO Breda. Een zeer leerzame en interessante functie. Door het voegen van leiderschapsgedrag en vormingsdoelen in syllabi en oefenstukken, kreeg je vanzelf de theorie onder de knie. Van praktijk terug naar de theorie. Leidinggeven stond op een hoog niveau op de OCO. Bij het KCT was het (mij) al lang opgevallen, dat - bij het leidinggeven tijdens de gevechtscursus en GVA - OCO hogere ogen gooide dan KMA of KMS. Praktijkjongens gaven op het OCO de lessen leidinggeven.

C-OCO, luitenant kolonel Snijders was een fervent aanhanger van m.i. het belangrijkste gedrag van een leider: nummer 30 van de 1/30 lijst: voorbeeldgedrag.
Hij verlangde van zijn staf af en toe lessen LO&S met de leerlingen mee te doen, rollen bij oefeningen in te vullen en een leerlingencommissie te mentoren. Ik koos spel, hindernisbaan en MLV afname bij een klas; was beoordelaar van dezelfde klas bij de oefening Première en hulpinstructeur KCT bij de fysieke uren gevechtscursus.           Als mentor koos ik de Para- en Wandelcommissie. Overste Snijders vroeg mij specifiek de GVA’s rotsklimmen en parachutespringen met hem mee te doen. De afwisseling van theorie en praktijk was voor mij gesneden.

Een korte, mooie stek met veel ervaren collegialiteit richting een “jonge ” officier.

CVV was aanvankelijk chaotisch en redelijk dramatisch. Vanwege de aanstormende uitzendingen was er met haast een opleidingsinstituut opgericht. Een adjudant die een “softe” missie bij het PODpel in Split had gedaan werd vakofficier en PC van een AMO peloton. Parate “happers” van zich opheffende infanteriebataljons kwamen op onderwijsstaffuncties. Er werd veel beroep gedaan op gastdocenten (psychologen, maatschappelijk werk, ervaringsdeskundigen e.a.), die in het begin hun agenda nog wel eens ondersteboven hadden of zich vergisten in de lange rijtijd naar Ossendrecht.

Warrig aanwijsbeleid en late info vanuit Den Haag hielpen niet echt. Voor de missie naar Goma (Congo) kregen we vrijdagmiddag laat opdracht om maandag een opleiding te draaien. Het ging dus fout. Terecht veel kritiek en er ontstond een slechte sfeer. Het CVV kop van Jut.  

De Bevelhebber luitenant-generaal Couzy kwam op bliksembezoek om zijn vinger in het badwater te steken. Bij afwezigheid van de S3 moest ik hem als plaatsvervanger te woord staan. Ik schetste alle problemen en sloot af met: “Er zit een stijgende lijn in, generaal”. Hij begreep het, vroeg nog wat details en bedankte me: “Ga zo door”.

Goed waren de relaties met de 3 opleidingscompagnieën. Vooral die van het Transportbataljon en Support Command kon ik bevruchten met adviezen over oefenroutes in de mij vertrouwde - geschikte, “Bosnië”gelijkende - gebieden als Limburg, Ardennen en Eifel. Het relatienetwerk van een voorheen kwaliteitsbewaker WOH kwam van pas bij het verkrijgen van nachtelijke bivakplaatsen voor de colonnes zwaar materiaal. Daarbij werden er GVA momenten - uitgevoerd door LO&S KWK - in oefeningen van alle compagnieën gevoegd.

Twee jaren “Zum tode betrübt, himmelhoch jauchzend. De omgekeerde volgorde.


Publicatiedatum: 07 oktober

Naschrift redactie:
"Een Vijf Vragenrubriek afsluiten met 3 antwoorden bent u niet van ons gewend! Maar de antwoorden van Jos op vraag 4 en vraag 5 volgen in Deel2! (4. Je uitzending naar Bosnië heb je bijna als een roman beschreven. Bevorderd worden tot Luitenant Kolonel in zo’n situatie is uniek. Kun je wat van je belevenissen met ons delen? 5. Na je FLO heb je nog een project gedaan bij Justitie, kun je daarover wat vertellen?)