Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

SREBRENICA, 25 JAAR LATER

Door Paul Lindeboom

11 juli 2020 is het 25 jaar geleden dat De Val van Srebrenica, ook wel het Bloedbad van Srebrenica, herdacht wordt. En deze hele week is deze historische missie hot in de media, zowel tv als kranten besteden hier veel aandacht aan. Deze historische gebeurtenis zou later (in 2002, na het uitkomen van een rapport) zelfs tot de val van kabinet Kok en het aftreden van de Chef Defensie Staf generaal Van Baal leiden. Vele vinden het een dermate belangrijke gebeurtenis, dat het aandacht moet krijgen tijdens de geschiedenisles op scholen. Onze redactie greep de herdenking ook aan en benaderde in eerste instantie Jurjen Blokzijl, die - tegen de verwachting in, want praten of schrijven met ‘journalisten’ over Srebrenica ligt gevoelig bij vele Dutchbat-veteranen - direct positief reageerde.


JURJEN BLOKZIJL

“1995 Srebrenica, voor de één eeuwig geleden, voor de ander nog met dagelijkse invloed op het leven. Gelukkig hoor ik zelf niet tot die laatste categorie. Niet dat ik er niet meer naar terug kijk, iedere week is er wel een moment dat me spontaan weer doet herinneren aan de uitzending met Dutchbat III. Die momenten hou ik voor mezelf, ik koester ze. Het gaat over diverse zaken, maar vaak over een gevoel van ‘samen’. Met z’n allen voor een onuitvoerbare opdracht, zoals achteraf is gebleken.

Gelukkig zat ik zelf niet in de enclave tijdens de ‘val van Srebrenica’, ik mocht even daarvoor met één van de laatste verlofkonvooien het uitzendgebied verlaten. In afwachting op clearance van de Serven om weer terug naar de enclave te gaan, zaten we met een grote groep Dutchbatters op het vliegveld van Zagreb. Dicht bij het hoofdkwartier van UNPROFOR, waar Dutchbat deel van uit maakte. Daarom is mijn gevoel ook niet representatief voor het gros van de collega’s die wél de inval van de Serven in de enclave hebben ervaren.

Deze situatie geeft een dubbel gevoel. Aan de ene kant zou je bij je eenheid willen zitten, maar anderzijds heb ik gelukkig de ellende niet mee hoeven maken. Daarom kijk ik terug op een uitzending waarbij vooral ‘het samen het beste er van maken met de middelen die telkens minder werden’ overheerste. Bevoorrading van de enclave werd nauwlettend gecontroleerd door de Serven en lieten gedurende de uitzendperiode telkens minder door van o.a. brandstof en voedsel. Aan alles was te merken dat de spanning gaandeweg verhoogd werd.

Herinneringen komen niet alleen spontaan. Via de media blijft het, nu nog steeds, binnenkomen. De nasleep van deze uitzending is ongekend, diverse commissies zijn er in het leven geroepen om maar aan te tonen wie er ´schuld´ heeft aan de dramatische afloop waar duizenden jongens en mannen hun leven moesten laten. Een slangenkuil op hoog niveau, het kabinet moest er om vallen. Een zwarte bladzijde in de historie van de Nederlandse geschiedenis, opgenomen in de Canon van Nederland, dat wel. Een dubbel gevoel blijft, er kunnen nog zo veel rapporten geschreven worden of de mannen en vrouwen van Dutchbat meer hadden kunnen doen om de genocide te voorkomen, of dat er andere maatregelen hadden moeten worden genomen. Ik ben er van overtuigd dat bij het sterker tegenwerken van de Serven, de uitkomst hetzelfde zou zijn mét nog vele slachtoffers bij de moslimvrouwen, -kinderen en het bataljon erbij. Hoe de publieke opinie ook is, er blijft voor mijn gevoel een negatieve ondertoon bij mensen die er niet hebben gezeten. Dat is wrang voor degenen die er elke dag nog mee worstelen en hun hele leven overhoop hebben zien gaan.

Heb ik er last van? Nee, gelukkig niet, het heeft een blijvende plek gekregen.”

 


WIL MAASWINKEL

N.a.v. de inzending van Jurjen neem ik contact op met mijn onvermoeibare redacteur uit Etten-Leur, om te bezien of we aan Jurjen nog aanvullende vragen kunnen stellen. Wil heeft al eerder bewezen een vlijmscherp geheugen te bezitten en ook veel meer weet van militaire geschiedenis dan ik.

“Ik was tijdens Dutchbat III commandant van de LO&Sportorganisatie en tijdens de val van Srebrenica waren 3 van onze mensen geplaatst bij Dutchbat III. Jurjen Blokzijl, Marcel van der Meulen ( LO&Sportorganisatie verlaten) en Maurice Bijen geplaatst als buschauffeur (zegt mijn geheugen). Jurjen en Maurice waren bij de val buiten de enclave. Marcel zat er vol in toen de enclave werd aangevallen en heeft zich voortreffelijk en dapper gedragen. Als ik het me goed herinner werd hij als voertuigcommandant ingezet bij de poging oudere mensen te repatriëren uit gebied dat onder vuur lag. Beelden van die voertuigen kwamen op het nieuws. Vrachtwagens waar aan alle kanten mensen in paniek aan hangen! Jurjen en Marcel zijn in en na Srebrenica "echte" buddies geworden.

Toen de drie terug waren ben ik naar Assen gereden om mijn waardering over te brengen en persoonlijk wat van ze te horen. Ik herinner me dat samenzijn nog. Ze hadden een aantal foto's die allerlei (ook heftige) herinneringen opriepen terwijl de foto's mij niet veel vertelden, maar hen des te meer! Ik herinner me ook dat ze nog blikken van het blikvoedsel die ze daar aan het eind aten hadden. Ze stonden thuis in hun keuken! Als het eten een keer niet geslaagd was keken ze er even naar!

Ik heb die dag ook kort gesproken met collega overste Karremans die later nog veel over zich heen heeft gekregen. Men zocht "zondebokken"! Hij was lovend over de LO&Sportmensen die hij onder bevel had gehad.

Ik hoop dat ik je met deze herinneringen wat verder heb geholpen. Zou zeker alle mensen (op de veteranen website) noemen die daar gediend hebben. Als het mogelijk is ook Marcel en Maurice naar herinneringen vragen.”

MARCEL VAN DER MEULEN

Vanwege het advies van Wil neem ik – ook al verwacht ik, door vele artikelen die ik in deze dagen lees, geen medewerking – contact op met de twee mannen die er als ooggetuigen direct bij betrokken waren. Van Marcel heb ik geen contactgegevens nadat hij LO&Sport verliet, maar Facebook biedt uitkomst. Na mijn messenger-oproep reageert ook Marcel verrassend positief. Hij blijkt overigens in Amersfoort werkzaam als oprichter van Mannen van Staal coaching, dat hij in 2008 oprichtte en zelfs wereldwijd opereert.

1995 staat bij mij in het geheugen gegrift. Het is het jaar van mijn uitzending naar Srebrenica. Een periode die veel invloed heeft gehad op mij als persoon en als militair. En of ik wil of niet, ik word er nog dagelijks aan herinnerd. De media heeft het nooit losgelaten. De vele onderzoeken, journalisten, schrijvers, mensen die denken een mening en opinie te moeten geven, tv programma makers en weet ik veel wie hebben regelmatig aan de deur geklopt voor mijn verhaal. Mondjesmaat heb ik mijn medewerking verleend. De verhoren van het OM op verdenking van moord en andere misdaden, direct na terugkeer van de uitzending, hebben mij erg terughoudend gemaakt naar de media. Slechts enkelen in mijn directe omgeving heb ik verteld over mijn ervaringen en gevoelens.

Het verwerken van de uitzending heeft wel een paar maanden geduurd en ben de directe collegae van toen dankbaar voor de ruimte die ze lieten om mij mijzelf te laten zijn.

Ik kijk niet negatief terug op de uitzending. De kameraadschap en verbondenheid met vele is diep en we hebben ook mooie dingen meegemaakt met elkaar. Voetpatrouilles door het schitterende landschap, mooie sportdagen en andere evenementen hebben plaatsgevonden. Voetballen tegen de lokale bevolking met weet ik hoeveel toeschouwers! De wijze waarop er materiaal de enclave binnen werd “gesmokkeld” was mooi. Wat waren we blij met een draagbare radio voor in de fitness!! En wat betonverf om de fitness aan te kleden. Tegenwoordig niet meer voor te stellen!

De laatste periode van de uitzending was een intense periode. Weinig slaap, zeer weinig eten en een behoorlijke mentale druk. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. De ellende was zichtbaar, hoorbaar en vooral tastbaar. Zo ziet oorlogvoeren er dus uit. Het beschieten van mensen, het doden van mensen en de manier waarop de mensheid met elkaar kan omgaan was niet te bevatten. Het leek wel een film. Het ophalen van de vluchtelingen uit Srebrenica stad was een rit die mijn netvlies niet meer gaat verlaten. De 5000 vluchtelingen bij ons op het kamp met de angst in hun ogen is onvergetelijk. Net als de penetrante geur in de hal waar alle vluchtelingen verbleven ging door merg en been. De dagen dat ik met collega’s vast zat in een school in Nova Kasaba hebben het langste en meeste invloed op mijn leven gehad. Achteraf heeft er wat daar allemaal is gebeurd de meeste en diepste indruk op me gemaakt. Wij hebben vanuit daar met “beperking van bewegingsvrijheid” de val van de enclave meegemaakt. Eenmaal terug in de (inmiddels verlaten en lege) enclave verbaasde het me weer dat we warm water hadden, stroom en vers eten. Wat een luxe!!

Voordat we het uitzendgebied konden verlaten is er een week geweest waar het vooral ging over het delen van ervaringen. Iedereen had hetzelfde meegemaakt maar allemaal vanuit een eigen perspectief. Een belangrijke “debriefing-week”. Aansluitend de dagen in Zagreb brachten voor mij momenten dat ik voor het eerst bij mijn emoties kon. Ik had het nog goed onder controle.

Het weerzien met familie en Jurjen na de landing op Soesterberg was erg intensief, maar ook zo gewoon. Live goes on…..

Ik was blij voor Jurjen dat hij ergens anders zat tijdens de val. Ik gun niemand om dit soort ellende mee te maken. Maar ik kan me ook voorstellen dat het voor hem erg dubbel was. Het heeft nooit voor ons in het samenwerken in de weg gezeten.

Nu 25 jaar later kijk ik terug op een bijzondere periode waar ik onderdeel van was. Helaas zijn er tijdens onze aanwezigheid vele mensen gestorven. Ik weet echter ook dat er door onze aanwezigheid vele mensenlevens zijn gered!

Dutchbat 3, voor altijd verbonden.


MAURICE BIJEN

Maurice is niet zo van artikelen schrijven, maar wil over de historische missie toch ook wel met mij praten dus spreek ik persoonlijk op maandagmiddag 06 juli in Schaarsbergen, waar hij na zijn staffunctie bij het Facilitair Bedrijf (samen met Sam Bakarbessy en Karel Wylenzek) al vele jaren werkzaam is als logistiek medewerker.

COKL moest mensen leveren voor Dutchbat3. Ik had een goeie missie gehad (Cambodja), ik was niet getrouwd, had geen kinderen en vond het dus wel leuk om nog een keer op uitzending te gaan.
Er was eerst iemand anders aangewezen maar die kon uiteindelijk niet. Ik heb mij aangemeld maar wel met de restrictie dat ik een leuke functie wilde hebben. Voor de duidelijkheid, ik was op dat moment nog militair bij LO&Sport (pas burger geworden in ’97 vanwege reorganisatie). Ik kon buschauffeur worden en heb toen mijn D-rijbewijs gehaald. Ik zou voor het verlofkonvooi rijden. (Heen en weer brengen van militairen van en naar Zagreb/Potocari. En gelijktijdig postpakketten mee nemen.)

In het begin was de sfeer goed. Het werd na een maand wel moeilijker om e.e.a. geregeld te krijgen. Het eten vanuit Busovača/Santici kwam steeds minder goed door en het eten werd slechter (minder groente en minder vers (meer diepvries). Brandstof idem. De kachel aandoen en ook het warm douchen ’s avonds werd dus minder dus eerder naar bed om het in de slaapzak warmer te krijgen. Later zelfs een eigen douche gemaakt omdat er geen of minder warm water kwam.

Ik stond in de enclave met mijn tasje gereed om na 4 maanden (in de eerste week van mei) met verlof te gaan, toen er ’s avonds bericht kwam dat het niet door ging omdat we van de Serven niet meer met het konvooi over hun grondgebied mochten rijden. Dit gebeurde wel een keer of 15, waardoor ik 7 maanden continue in Potocari (een gehucht tegen Srebrenica-stad aan) gebleven ben. Waarvan de laatste 2,5 maand dus echt vast gezeten.

Omdat ik mijn chauffeurswerk niet meer kon doen, kreeg ik Bevo-werkzaamheden opgedragen. Het werd steeds grimmiger. Je hoorde meer geluiden van beschietingen en je merkte dat de enclave steeds meer geknepen werd.
Rond 01 juli ging het echt de verkeerde kant op. Het ziekenhuis in Srebrenica-stad werd steeds voller. De mannen van Srebrenica probeerden te vluchten, de bergen in.

De Serven rukten onderwijl op naar het noorden richting Srebenica-stad en kwamen de enclave in en merkte je dat de bevolking steeds banger werd. De niet-weerbaren (vrouwen , kinderen en oude van dagen) kwamen steeds meer richting Potocari met veel angst. Rondom op de compound zaten de vluchtelingen met angst en niet wetende wat er met hun ging gebeuren.

11 juli viel de enclave en werden de vrouwen en kinderen daarna met bussen vervoerd naar Kladanj en in veiligheid gebracht. Wij zaten op en rond de compound om alles zo goed als ging te begeleiden met het aantal Dutchbatters die er nog waren.

Daarna, toen alle vluchtelingen weg waren, mochten wij weg. Ik met de Iveco bus met de laatste moslims (tolken) in konvooi richting Zagreb met wat snel bij elkaar geraapte persoonlijke spullen (andere zaken heb ik verbrand). Vandaar uit richting Soesterberg. Met het gevoel van opluchting dat het was afgelopen.

Niet wetende wat daarna nog allemaal los kwam.

Publicatiedatum: 08 juli 2020

Naschrift redactie: In een beknopte versie kun je hier de geschiedenis van Dutchbat terug lezen. En hier kun je de namen lezen van alle collega’s die aan de missie UNPROFOR deelnamen.