Vrienden van het Korps LO&Sport
 
INTERVIEW MET NIEUWE REDACTEUR
 RAIMOND VAN DER BOOM
Door Paul Lindeboom



De oplettende lezer heeft bij de publicatie van Raimond’s laatste artikel gezien dat we hem gecontracteerd hebben als ‘jongste’ redacteur binnen onze Redactieraad. Dit officiële signaal laten we vergezeld gaan met een interview over de sportieve achtergrond en loopbaan van Rai. Bij het zoeken naar informatie bleek dat ik hem eerder al eens geïnterviewd had, in 2013 in Wezep vanwege diens opleiding tot Atletiektrainer. En zag daardoor een Vimeo-film (klik hiervoor op de foto hieronder) wat een mooie start is van een gesprek met een hele fijne en zeer kundige collega.

“Dat klopt inderdaad. Grappig genoeg wist ik zelf ook niet meer dat we elkaar hierover al eens hadden gesproken in Wezep. Het filmpje op Vimeo vanuit de provincie Drenthe staat er inderdaad nog steeds op.
Die opname is gemaakt in aanloop naar de Marathon van Rotterdam in 2012. In die periode werd er een ‘Provincie Challenge’ georganiseerd en ik was één van de kanshebbers om namens Drenthe de snelste marathontijd neer te zetten. Dat gaf de voorbereiding net dat extra randje; niet alleen lopen voor jezelf, maar ook een beetje voor de provincie.
Leuk om dat na al die jaren weer terug te zien. Het laat ook mooi zien waar die sportieve drive vandaan komt en hoe serieus ik destijds met mijn voorbereiding bezig was. (Raimond was inderdaad de snelste Drent, 24e in de cat H35 in 2:37:21, red.)


Ondanks dat je nog relatief jong bent, heb je al een lange militaire carrière achter de rug. Wat zie je als de 2 meest in het oog springende functies?

“Relatief jong… inmiddels 51, dus dat valt mee.  Als ik twee functies moet noemen die er echt uitspringen, dan is de eerste zonder twijfel mijn startperiode binnen de Landmacht in 1993 bij de Luchtmobiele Brigade als infanterist. Ik heb daar twee functies vervuld en mocht werken onder zeer inspirerende leiders. Onder andere René van Boxtel als OPC bij 11 MRCIE en bij 12 C-cie destijds de huidige C-LAS als compagniescommandant. Die periode heeft mij enorm gevormd, als militair en als mens. Zelfvertrouwen, mindset, doorzettingsvermogen, teamwork en kameraadschap zijn daar echt ingesleten. De brigade stond nog in de kinderschoenen. Het was pionieren, veel zelf uitvinden en organiseren met uitrusting en het luchtmobiele optreden. Maar met een flexibele instelling en een sterke ‘can do’-mentaliteit hebben we mooie stappen gezet. Wat mij het meest bijblijft zijn de eerste warmweertrainingen in Griekenland en Spanje, de koudweertraining in Noorwegen en de oefening in Sennybridge (Wales), waar we door het terrein en weersomstandigheden als team werden gevormd om te allen tijde de opdracht uit te voeren. Ook de bataljonsoefening in Hohenfels, waar we met 12 Infanteriebataljon voor het eerst de Amerikanen versloegen op hun eigen terrein, was memorabel. Dat soort momenten scheppen een band. Met mijn toenmalige peloton heb ik na ruim 30 jaar nog steeds contact met om de drie jaar een reünie; zelfde karakters alleen wat oudere koppen.

De tweede functie die eruit springt is mijn eerste periode als sportinstructeur op de GSK. Na het opheffen van School Midden werd 45 PAINFBAT opnieuw opgebouwd. Samen met Maikel Vergunst, Tommy van Eeten en Dennis Brood hebben we daar keihard gewerkt om het bataljon fysiek en mentaal gereed te maken voor uitzending. Ook daar was het pionieren: grote aantallen, verschillende functieclusters, uiteenlopende niveaus. Ik heb daar geleerd om te organiseren in niveaugroepen met een hoog actiepercentage, zonder je trainingsdoel uit het oog te verliezen. De maandagochtend-appèls, waarin we het hele bataljon, van SMR tot functiecluster 4/6,  in beweging kregen, waren indrukwekkend. We kregen veel vrijheid van de bataljonscommandant, zolang het resultaat maar duidelijk was: fit en gevechtsbereid.

Tijdens de eerste rotatie CiDW met 45 B-cie lag mijn taak aanvankelijk bij ‘Commissie Staal’ activiteiten. Samen met Max Sibbald heb ik echter een plan gepresenteerd om ook de fysieke lijn daar te borgen. Er was geen HOTO, weinig informatie en minimale begeleiding  dus opnieuw pionieren. Dat kon ik nog voor een tweede keer doen bij rotatie 11; de 1e Luchtmobiele CiDW. Juist dat maakt zo’n periode waardevol, zeker als je nu terugkijkt naar wat er allemaal is gerealiseerd daar.”

Raimond rechtsboven, tweede van rechts, met zijn 12C compagnie.


Ondanks dat je nog relatief jong bent, heb je al een lange sportieve carrière achter de rug als duatleet waarin je wereldwijd (langdurig) de subtop wist te bereiken. En was je atleet in de militaire atletiekploeg. Wat zie je als de  meest in het oog springende duathlonprestatie én die vanuit de militaire equipe?


“Ik ben eigenlijk op relatief late leeftijd begonnen met wedstrijdsport. Binnen mijn functies bij de Luchtmobiele Brigade merkte ik dat ik aanleg had voor duursport, zonder daar in eerste instantie extreem veel specifiek voor te trainen. Ik rookte in die tijd nog en hield me ook niet altijd aan de ‘Two Can Rule’.

Tijdens mijn tijd op het CIOS (Raimond startte hiermee na zijn eerste contract, dus 4 jaar militair en daarna 3 jaar CIOS als student. Nog relatief jong maar gezien de gemiddelde leeftijd in de klas was hij oud met 25 jaar, red.) ontdekte ik de basisprincipes van trainingsleer. Vanaf dat moment ben ik me serieus en doelgericht gaan richten op duursport, met de ambitie om voor mezelf het hoogst haalbare eruit te halen. En dat deed ik met een duidelijke militaire mindset en liet niets aan het toeval over. Wat begon met een kwart triathlon en het uitlopen van een halve marathon, groeide stap voor stap uit naar een plek in de nationale selectie Duathlon (run-bike-run) én een positie binnen de militaire atletiekequipe. De lat ging steeds iets hoger en kon mijn doelen steeds ophogen in proces, resultaat en prestatie doelen. Dat was super motiverend om steeds iets verder te komen.

Mijn meest in het oog springende individuele prestatie was het WK Duathlon Lange Afstand in Zofingen (Zwitserland) in 2012, waar ik 16e werd. Vooral de context maakt dat resultaat bijzonder: een 36-urige werkweek combineren met oefeningen, ondersteuningen en topsporttraining. Dat vroeg een enorme commitment zowel op fysieke vlak, maar ook discipline en planning. Jij kent het parcours vanuit jouw eigen deelname en weet waar ik het over heb.
Het jaar daarop leerde ik een andere les. In topvorm verkeren en dan door een klapband moeten uitstappen terwijl je op een 9e positie rijdt. Dat hoort er ook bij: lesje omgaan met teleurstellingen.

Vanuit de militaire equipe springt het Militair Wereldkampioenschap Marathon in Athene (2011) eruit. De wedstrijd liep grotendeels over het klassieke parcours en finishen in het oude Olympisch stadion was bijzonder. Daar liep ik een fors persoonlijk record. Achteraf denk ik dat ik vaak te veel heb getraind en op het randje van overtraindheid zat. Nadat ik in 2013 uit de selectie stapte en minder in omvang en intensiteit ging trainen, bleek ik nog steeds op hoog niveau mee te kunnen draaien; meer is niet altijd beter.”

Ondanks dat je nog relatief jong bent, heb je zelfs al een militaire trainerscarrière achter de rug. Hoe kijk je terug op het uitvoeren van deze functie én hoe belangrijk is de te vroeg overleden Jack Wouters hierin voor je geweest?

“Jack is van enorme betekenis voor mij geweest, zowel als atleet als in mijn ontwikkeling als sportinstructeur en trainer/coach. Dat geldt overigens ook voor Rik van Trigt. Zij waren het die mij destijds binnen de VTO hebben getriggerd om meer uit mezelf te halen.
Jack gaf als gastdocent les over Trainingsleer. Ik trainde toen zes keer per week en vond dat al behoorlijk serieus. Jack zette dat meteen in perspectief met de opmerking dat het voor een echte atleet pas begon bij acht tot tien trainingen per week. Dat was confronterend, maar ook wel weer motiverend.
Hij was altijd rustig, inhoudelijk sterk en beschikte over een enorme schat aan kennis en ervaring op het gebied van training en trainingsleer. Met zijn houding en manier van benaderen wist hij je precies op het juiste moment op scherp te zetten. Je kreeg niets cadeau, je moest laten zien dat je het niveau aankon.

Samen met Luuk Nissen heb ik destijds keihard getraind om ons te kwalificeren voor de Srefidensi Marathon in Suriname. Dat is uiteindelijk gelukt en zijn we samen met Ruud Woord naar Suriname vertrokken. Jack heeft het ook mogelijk gemaakt dat wij na de VTO de opleiding Looptrainer 3 konden volgen. Later heb ik mijn niveau 4 er nog aan toegevoegd, mede om Jack’s functie als Trainer/Coach Militair Atletiek over te nemen. Dat was een behoorlijk veeleisende opleiding waarbij je met alle facetten van het trainerschap rekening diende te houden en zeker niet alleen met een stukje trainingsleer en didactiek uit de voeten kon.

Die rol van Trainer/Coach heb ik van 2014 tot 2020 met veel plezier vervuld, gecombineerd met mijn werk als trainer/coach binnen de Nederlandse Duathlonselectie. Het is bijzonder om met gemotiveerde atleten te werken, kennis en ervaring te delen en hen te begeleiden richting grote wedstrijden en toernooien.
De combinatie met mijn werk als sportinstructeur bij Defensie maakte het voor mij compleet. Werken met militairen én met prestatieve/competitieve atleten zorgde voor afwisseling, uitdaging en verdieping. Daarom kijk ik met trots terug op de mooie resultaten en ervaringen die daar in zijn behaald met die atleten.”


In 2021 verscheen er op onze website een artikel van onze hoofdredacteur over je afscheid van defensie. (Waarbij je wel actief bleef als Natres-sportinstructeur.) Die functie als leefstijlcoach bij de provincie Drenthe was het dus niet?

“Klopt. Er kwam destijds een op het oog interessante en uitdagende vacature voorbij bij de gemeente Midden-Drenthe. Dat was in een periode waarin er binnen mijn werk bij Defensie het nodige speelde en waar ik niet helemaal tevreden over was.
Ik volgde al een opleiding tot leefstijlcoach en dacht dat deze functie daar goed op aansloot.
Eenmaal gestart, midden in de coronaperiode, merkte ik al snel dat er een mismatch zat in de praktische uitvoering van de functie. Waar processen binnen Defensie soms als traag worden ervaren, bleek dat binnen de gemeentelijke organisatie nog sterker het geval. Dat paste minder goed bij mij dan ik vooraf had ingeschat.

Ik had mezelf een jaar gegeven om het een eerlijke kans te geven. Na drie maanden vroeg Oscar Prins of ik het naar mijn zin had. Dat was voor mij het moment om eerlijk het gesprek met mezelf aan te gaan: Is dit echt wat ik wil?
Omdat ik als NATRES-sportinstructeur mijn PS-nummer had behouden, kon ik relatief eenvoudig terugkeren binnen LO&Sport. Dat ging gelukkig soepel.

Het was een leerzame periode. Wat ik daar vooral heb ingezien, is hoe sterk je als militair wordt gevormd in houding en gedrag. Zaken als klaarstaan voor elkaar, samenwerken, doen wat je zegt en commitment tonen zijn voor ons vanzelfsprekend. Buiten de kazernepoort krijgen die waarden soms een andere invulling.
Ik ben blij dat ik weer onderdeel ben van deze organisatie en dat ik binnen de Landmacht mijn bijdrage kan leveren – zeker in de huidige tijd, waarin er veel speelt.”


Durf je het (met het oog op de vorige vraag waarin planningen soms anders lopen) aan om een blik in de  toekomst te werpen? Welke functies ambieer je de komende 15 jaar binnen LO&Sport of daarbuiten (KNAU/NTB)?


“Op dit moment zit ik goed op mijn plek binnen het KCen als SME MS&C. Tegelijkertijd merk ik dat ik na drie jaar bij de LO&S en nu bij het KCen het directe werkveld mis. De praktijk, de context waarin het echt gebeurt.
Een functie buiten de sportorganisatie, waarin ik mijn kennis en ervaring op fysiek én mentaal vlak kan inzetten – bijvoorbeeld binnen een Human Performance Team - spreekt mij daarom aan. Iets dichter op de uitvoering, dichter bij de militair.
Wat mij energie geeft is het opleiden, begeleiden en trainen van mensen. Dat blijft voor mij de kern.
Wat betreft de Atletiekunie of NTB: dat staat momenteel op een laag pitje. Door mijn huidige werkplek in Amersfoort en mijn thuissituatie in Assen is mijn privétijd beperkter, mede door het binnenslapen. Op dit moment past een extra commitment richting een sportbond daar niet bij.

Wat voor mij altijd leidend blijft, is het werkveld zelf. Mijn uitzending naar Mali heeft dat alleen maar bevestigd. Dáár zag ik wat fysieke en mentale gereedheid werkelijk kunnen betekenen. Boven de kazerne in Ermelo staat de spreuk: “Wat sterk is uit innerlijke overtuiging, faalt nooit.”
Die zin staat voor mij symbool voor waar ik voor sta. Het gaat niet alleen om fysieke fitheid, maar ook om die  innerlijke overtuiging, drive, karakter en veerkracht. Voor mij is dat meer dan training geven. Het is vakmanschap, leiderschap en voorbeeldgedrag. Militairen fysiek én mentaal sterker maken, zodat zij hun taak kunnen uitvoeren wanneer het moet.”


Publicatiedatum: 18 februari 2026