Zoals in deel 1 vermeld, heeft Ton de Vaan een lijvig artikel over het ontstaan van militaire OL bij de redactie aangeleverd. Voor de leesbaarheid is dit in drie hoofdstukken opgedeeld, waarbij je hieronder deel 2 aantreft.
Het eerste deel betreft de ontwikkeling van de Orientatiekaarten, waarna we naadloos overgaan tot de oprichting van een OL-team.
De eerste stappen
Het meest essentiële om OL te kunnen bereiken, is de beschikking over kaarten. Aanvankelijk zijn dat zwart-wit kaarten, fotokopieën van topografische kaarten en zelfs summiere eigenhandig getekende kaarten. In 1970 verschijnt de door Frans Kuys getekende en minimaal ingekleurde (blauw, geel en grijs) van de Bestse en Sonse Bossen in 1971 gevolgd door een kaart van het Mastbos. Met deze eerste kaarten wordt de training van het NMOLT ter hand genomen. De ploeg wordt geformeerd uit lopers met voldoende duurvermogen, die uitblonken in militaire crosses en veldlopen en worden gevonden in de kringen van de teamleiding of op voordracht van hun collega’s van andere kazernes: o.a. Ger Heeskens en Felix Slezak.
In 1972 wordt voor de eerste maal door Nederland deelgenomen aan het WMOC. De teamleiding bestaat uit Chef de Mission (CdM) Luc van der Wee, Chef d’equipe (CdE) Frans Kunen en Coach Frans Kuys. Vanaf dat moment wordt bijna jaarlijks deelgenomen aan dat kampioenschap en blijft de leiding tot 1983 in handen van dat trio. Intussen verloopt de aanwas van nieuwe kaarten traag. Om dat proces te versnellen, worden met medewerking van CISM twee Zweedse kaarttekenaars ter beschikking gesteld. Zij brengen in 1976 de Drunense duinen in kaart. De beschikking over een kaart van hoogstaande kwaliteit was niet alleen voor het team van belang. Samen met de Bestse en Sonse bossen, en de door Wim van Breugel herziene kaart van het Mastbos worden deze gebruikt om een jaarlijks terugkerende trilogie van OL-wedstrijden in de regio Zuid te organiseren. Ze vormen de mogelijkheid voor andere militaire om kennis te maken met de OL-sport en regelmatig te oefenen. In de late 70’er jaren - Luc van der Wee is dan voorzitter van de Sportcommissie KL - worden de 3 wedstrijden als KL-kampioenschap opgenomen in de sportkalender KL. Uiteindelijk wordt het ook op de nationale militaire sportkalender geplaatst. Wederom speelt Luc van der Wee een vooraanstaande rol: hij weet de vertegenwoordigers van de KM en KLu te overtuigen hun bezwaren tegen deze “typische” landmachtsport te laten vallen met het oog op het feit dat KM en KLu hun “eigen” sport op de kalender hadden staan. Het KL-kampioenschap werd tevens Nationaal Militair Kampioenschap.
Samenwerking burgers en militairen
De ontwikkeling van de kaartproductie was niet alleen een militaire aangelegenheid. Begin jaren 70 kwam Jakob Haklander, lid van de AV Spero in Harderwijk en fanatiek marathonloper, in contact met het militaire team van Kunen en Kuys en kreeg toestemming mee te trainen. Enthousiast over deze ook voor hem nieuwe sport begon hij zelf in de omgeving van zijn woonplaats Harderwijk het Beekhuizerzand in kaart te brengen en in de loop van het decennium te vervolmaken (van eenvoudige zwart-wit via ingekleurde fotokopie naar uiteindelijk kleurendruk). Als wederdienst kon het NMOLT gebruik maken van deze kaart voor trainingsdoeleinden en werd de kaart gebruikt voor militaire wedstrijden, waaronder het KL-kampioenschap.
Geleidelijk aan verschijnen er verspreid over het land OL-kaarten. De productie krijgt extra impuls als ook militaire oefenterreinen (OT) in kaart worden gebracht en wederom wordt daarbij steun ontvangen van buitenlandse (Deens) defensiemedewerkers; zij brengen de Leusderheide in kaart. Eind 80-er jaren zijn ca 10 OTn in kaart gebracht waardoor jaarlijks de militaire kampioenschappen op een “verse” kaart kunnen worden gehouden. Een 2e impuls krijgt de kaartproductie als in 1989 het digitale tekenprogramma OCAD op de markt komt, speciaal ontworpen om OL-kaarten te tekenen.
Niettemin blijft het veldwerk onontbeerlijk. Dat de schaal waarop de OL-kaarten getekend zijn 1:15.000 bedraagt is zeker vanuit militair oogpunt niet erg logisch. Doorgaans worden daar kaarten - verkregen van de Topografische Dienst Nederland (nu ondergebracht bij het Kadaster) - met de schaal 1:10.000, 1:25.000 en 1:100.000 gebruikt en aangezien 1:10.000 als basis wordt gebruikt, betekent dit alsnog omzetting naar 1:15.000. Deze schaal wordt al jarenlang als standaard gebruikt bij nagenoeg alle internationale en nationale wedstrijden. In de jaren 80 komt ook de schaal 1:10.000 in zwang vooral om de leesbaarheid te verhogen van de soms zeer gedetailleerde terreinen. Zelfs wordt de schaal 1:4.000 gebruikt bij sprintwedstrijden, vnl. bij OL in stedelijke en parkachtige gebieden.
In navolging van Haklander wagen meer mensen, w.o. ook leden van het NMOLT, aan het arbeidsintensieve werk van kaarttekenen. Het broodnodige veldwerk om het gebied tot in detail in kaart te brengen vereiste …… vaardigheid. Het gevolg was dat niet alle kaarten even betrouwbaar waren. Maar beter een slechte kaart dan helemaal geen kaart.
Voordat een gebied in kaart gebracht kan worden, zal eerst met de eigenaar/beheerder overleg gepleegd moeten worden, niet alleen voor het in kaart brengen; toestemming om wedstrijden te mogen organiseren moet gewaarborgd zijn en moet ook voor de toekomst gecontinueerd worden. In de meeste gevallen is de kaarttekenaar - en de ondersteunende organisatie - degene die met eigenaar/beheerder onderhandelt en het gebruik coördineert. Ondanks goede afspraken komt het wel eens voor dat de toestemming wordt ingetrokken als gevolg van gewijzigd inzicht, nieuwe beheerder/opzichter of gewijzigde wetgeving (Natura 2000). Een ander aspect dat het gebruik van de OL-kaart voor langere tijd bedreigt, is de voortdurende verandering van het terrein als gevolg van menselijk handelen of natuurlijke invloeden.
Het Nationale Militaire OL-Team (NMOLT)
Als in 1969 de eerste kennismaking met OL binnen Defensie en dan met name binnen de KL heeft plaats gevonden, zijn de eerste plannen ter tafel gekomen om een militair team op te bouwen. Dit gebeurt van de grond af aan. In heel Nederland, laat staan binnen Defensie, lopen jongelui rond die het kaartlezen en OL in het bijzonder machtig zijn. Met het hun kenmerkende enthousiasme starten Kunen en Kuys een zoektocht naar looptalent. Tijdens crosses en veldlopen op kazerne- en regionaal nivo worden de toppers uitgenodigd om zich aan te melden bij de teamleiding. Met een selecte groep wordt een start gemaakt met trainingen en reeds in 1972 neemt het NMOLT deel aan het WMOC in Zweden nabij Stockholm. In een veld met 13 andere, voornamelijk Europese landen - Brazilië en de VS zijn ook present - die al ruime ervaring hebben, zal het niet verbazen dat het Nederlandse team geen hoge ogen gooit.
Met de nodige indrukken gaat na terugkeer uit Zweden de teamleiding verder met het werven en het promoten van deze voor NL nieuwe sport. Zo wordt begin 1973 op de School Militaire Lichamelijke Oefening voor de beroepsklassen een kennismakingsloop gehouden in het grote natuurgebied achter de school, op een fotokopie van een 1:25.000 kaart. Uit de twee deelnemende klassen komt de latere leiding van het NMOLT voort.
Ook wordt de werving via de Defensiekrant opgestart. Er is echter geen handboek OL in het Nederlands beschikbaar. Wel is er literatuur in het Zweeds en het Engels totdat in 1973 Gerard Loontjes, lid van het NMOLT een uitgebreid artikel publiceert in “de Onderofficier”.
In 1978 schrijven twee LO&Sportofficieren in opleiding aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding, Teun Minke en Kees Meijll, hun afstudeerscriptie over OL. Dit uitgebreide boekwerk wordt in voldoende aantallen gedrukt om aan alle LO&Sportgroepen van de KL beschikbaar te stellen. Helaas is het enthousiasme op de LO&Sportgroepen niet erg groot hetgeen te maken heeft met de arbeidsintensieve voorbereiding van een OL en de beperkte ervaring met OL bij LO& Sportinstructeurs: het plannen van de OL op de kaart, het verkennen in het terrein, het intekenen van de route met de controlepunten, het plaatsen van de controleposten voorafgaande aan de posten, de wedstrijd zelf en het binnenhalen van de posten vergen veel tijd. Ook de kans dat er fouten in de plaatsing van de controleposten gemaakt worden, waardoor de wedstrijd minder aantrekkelijk wordt. Met weinig of geen ervaring in OL zal een organisator schoorvoetend het terrein in gaan om te verkennen.
Vanaf de eerste deelname in 1972 worden mede door werving in de Defensiekrant voldoende jonge beroepsonderofficieren en -officieren gevonden om een team samen te stellen te trainen en naar het WMOC uit te zenden. Bijna jaarlijks; slechts in 1982 was geen geld beschikbaar voor uitzending naar Brazilië en in 1989 werd er geen WMOC georganiseerd.
Publicatiedatum: 13 maart 2026
Eerdere publicaties in deze serie:
- Kick-off: startartikel over de geschiedenis van het OL
- Ton de Vaan: deel 1 - Ontstaan van de militaire OL







