Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

IN MEMORIAM THEO BERNS

Door Wil Maaswinkel (voorwoord) en Rob Jansen sr.

Collega Dick Kuiten maakte ons attent op het overlijden van A00I (BD) Theo Berns. Beter bekend met zijn roepnaam Thei. Theo Berns geboren 20 september 1930 in Hoensbroek overleed op 13 januari in Weert. Hij is gecremeerd op maandag 20 januari. We wensen de familie van Theo sterkte.
Thei was een LO&Sportinstructeur die, voor wie hem net zo goed kende, van het oude stempel was. Maar wie hem beter kende, wist dat hij ook andere kanten had. Hij was gedisciplineerd, rechtvaardig, betrokken en verzaakte nooit!
In 1999 werd hij door de hoofdredacteur van "De Zandloper" Rob Jansen geïnterviewd. In dat interview, hieronder herpubliceerd, met de titel: "Discipline had ik hoog in het vaandel staan" leer je hem beter kennen.
 

‘Waar zijn ze gebleven’ is een serie artikelen over collega’s, die de dienst kort geleden of in het verre verleden hebben verlaten. Wat deden ze in het verleden en wat doen ze nu? In de vorige Zandloper was de beurt aan Sjaak de Vries met het artikel: Sjaak de Vries was zijn tijd vooruit. De volgende in de rij is aoo b.d Thei (Theo) Berns. Hij bepaalde mede jarenlang het gezicht van de LO&Sportgroep Van Hornekazerne in Weert. De nu 69-jarige Thei Berns doet nu nog bij veel oud KMS-leerlingen de haren steil overeind staan. Zijn geblokte gestalte boezemde ontzag in, hij was hard voor zijn leerlingen en voor zichzelf, maar was wel altijd recht door zee. Hij is al weer veertien jaar de dienst uit, maar met enige regelmaat bezoekt hij nog de Van Hornekazerne. Wat hij daar ziet, stemt hem niet vrolijk. “In vergelijking met twintig jaar geleden is de opleiding aan de KMS nu nog maar spielerei”, vindt hij.

“Discipline had ik hoog in het vaandel staan”, zegt Limburger Thei Berns. “Dat is in de loop der jaren nooit veranderd. Ik eiste veel van de leerlingen, ze gingen mee of niet. Voor mezelf was ik ook geen mietje, maar keihard. Zodoende ben ik de hele goede en hele slechte leerlingen nooit vergeten. Ik was een mannetje van de terreinwerk-, veldloop- en hindernisbaanles, maar die lessen zijn geloof ik vervallen. Ik zie daar niets meer van terug op de KMS, als ik daar wel eens kom. De leerlingen wisten wel wat ze aan me hadden, mijn opstelling en houding was trouwens ook een beetje een pose. Vaak heb ik in mijn binnenste staan lachen,” zegt Thei Berns met een gemeen glimlachje om zijn mond.

OVW-er

Wat vele niet weten, is dat Thei Berns als Oorlogsvrijwilliger (OVW-er) in Korea is geweest. “In 1950 kwam ik op als dienstplichtige in Apeldoorn bij de KMAR. Ik was machinebankwerker en ging na mijn diensttijd als bankwerker ondergronds bij de staatsmijn Emma in mijn geboorteplaats Hoensbroek werken. Dat was pas echt werken. Eigenlijk was ik een buitenmens, zodat ik me in 1954 heb opgegeven als OVW-er voor Korea. De oorlog was zo goed als afgelopen, zodat ik al na zes maanden per vliegtuig terugkeerde naar Nederland. Tijdens mijn verblijf daar, kon ik tekenen om beroeps te worden en dat heb ik gedaan. In Nederland werd ik geplaatst op het 4 e Depot Infanterie in Maastricht. Om onderofficier te worden, moest ik in 1956 naar de Onderofficiers School (OOS, voorloper van de KMS) in Weert,” rakelt Thei Berns in vogelvlucht zijn escapades uit een ver verleden op.

OOS

Thei Berns vertrok naar Weert om daar nooit meer weg te gaan. Thei Berns: “De opleiding tot sergeant duurde veertien maanden en daarna zou ik teruggaan naar Maastricht, zo was mij beloofd. Dat wilde ik als Limburger ook graag. Het liep even anders iets anders. Bij de diploma-uitreiking en bekendmaking van de plaatsing, kwam ik als laatste aan de beurt. Ik moest als instructeur op de OOS blijven of anders naar Steenwijkerwold. Maastricht werd niet genoemd. Dat pikte ik niet, dus wilde ik de dienst uit. De commandant van de OOS kwam er aan te pas en toen bleek dat ze me heel graag in Weert wilden houden. Uiteindelijk heb ik dat maar gedaan en ben er 29 jaar blijven hangen.”

Pas toen Thei Berns 33 jaar was ging hij naar de Sportschool in Hooghalen. “Ik had al eerder naar de Sportschool gewild, maar het kwam er niet van. De sport, dat boeide me altijd al. Voetbal, judo, volleybal en vooral boksen. Ik zat in de militaire boksploeg en werd door adjudant ‘Ome’ Rinus Krijger opgeleid tot bokstrainer. De Sportschool was ondanks mijn leeftijd geen enkel probleem.”

KMS

Thei Berns groeide uit tot een markant figuur op de KMS, vooral door zijn houding en optreden. “Ik was een praktijkman en was zodoende nooit kapot van een lesplan, waar alles precies op aangegeven stond. De lessen worden dan allemaal hetzelfde gegeven, alleen de instructeur had een andere stem. Niet dat ik de lessen niet voorbereidde, juist daar besteedde ik veel aandacht aan. Maar ik had aan alleen een eindleerdoel genoeg, dat ging in die tijd vooral gevoelsmatig”, is zijn mening.

De praktijkman kwam ook bovendrijven in de voorbereiding van leerlingen op een cursus op het KCT. Vroeger moesten de leerlingen tweemaal in hun opleiding naar de commando’s. Als ik ze voorbereidde, dan slaagden ze steeds met een goed resultaat. Ik bereidde ze op alles voor en als ze dan in Roosendaal begonnen aan de twee kilometer Speedmars, dan stelde dat niets voor. Dat wisten de instructeurs daar ook wel, die kenden me langzamerhand wel. Dat was wel eens een nadeel voor de leerlingen.”

Straffen en belonen

“De beste leerlingen moesten de kans hebben om hoog te scoren en de slechte laag. Daar had de LO&Sportgroep tabellen voor gemaakt. De beste kon een negen halen en de slechtste werd beloond met een drie. De staf in Den Haag nam die tabellen niet over, maar paste ze aan. De beste kon toen met moeite een zeven halen en degene die hij bij het lopen dubbelde, kreeg altijd nog een zes. Met een houten been kon je nog 55 punten halen. Dat motiveert niet. Ik kreeg de indruk dat alle leerlingen moesten slagen en dat was mijn stijl niet. Niet dat ik de slechte in de steek liet. Juist niet. Bij de veldloop deelde ik vaak de groep op in twee delen. De beste stuurde ik alleen op pad en met de mindere ging ik echt trainen. Die deden hun stinkende best om in de andere groep te komen. Na enkele lessen was er een testloop van vijf kilometer en dan konden de beter geworden lopers doorstromen naar de andere groep. Dat werkte uitstekend.”

Boksen

Om het onderwerp boksen kun je bij Thei Berns niet heen. Veel sterke verhalen hierover doen de ronde. Hij vertelt er één van. “Ik was sergeant van de week bij de Stafcie, die vooral bestond uit dienstplichtige hofmeesters en chauffeurs. Toen ik ‘s avonds op een legeringskamer kwam, stond er één verschrikkelijk op een PSU-kast te rammen. Toen ik er wat van zei, daagde hij mij uit. Hij zou in Duitsland gebokst hebben. Ik nam de uitdaging aan en we zouden na het avondappèl om half één tegen elkaar boksen in de oude sportzaal. De andere dertig dienstplichtigen vertelde ik dat ze een deken mee moesten nemen en naar de wedstrijd moesten gaan kijken. Ik nam hiermee natuurlijk best wel een risico, want ik kon gemakkelijk tegen een pak slaag aanlopen en dan was ik voor altijd uitgeteld op de KMS. Toen ik op de weekkamer nog snel enkele lijsten over avondpermissie zat in te vullen, werd er op de deur geklopt. De uitdager kwam vragen of het niet een andere keer kon. Daar trapte ik niet in. Ik maakte in de oude sportzaal snel met banken een boksring en het gevecht kon beginnen. Tijdens het aantrekken van de handschoenen merkte ik al dat hij erg zenuwachtig was. Zijn handen trilden helemaal. Om een lang verhaal kort te maken, in de eerste ronde raakte ik hem een paar maal flink en was hij al aangeslagen. We zouden drie ronden van drie minuten boksen. De andere twee ronden heb ik hem maar gespaard door er gewoon een boksles van te maken. Ik vertelde hem wat er goed en fout was en raakte hem niet meer. Ik heb nooit geen last meer van die jongen gehad,” aldus bluffer Thei Berns, die er bij vertelt dat hij nooit tegen een verkeerde bokser is aangelopen.

Hard werken

Uit 24 kandidaten werd Berns gekozen om naar de SMI-cursus in Hooghalen te gaan. “Zes sergeanten konden er door en daar zat ik bij. Er waren toen geruchten: hoe meer diploma’s je had, hoe groter de kans was om geselecteerd te worden. Dat vond ik niet eerlijk en daar heb ik ook het nodige over gezegd. Wij zaten in die tijd met vijf instructeurs op de KMS en gaven bijna acht uur per dag les. Het was hard werken. Tijd om diploma’s te halen was er niet. Zat je op een sportbureau met veel dienstplichtigen, dan had je veel meer tijd. Niet eerlijk dus. Hard werken en dat deed mijn collega Wijker ook. Voor hem heb ik veel respect. Hij was suikerpatiënt, maar deed alle diensten en gaf alle lessen. Hij had altijd chocolade in zijn kast liggen voor als het misging. Hij is trouwens enkele jaren geleden overleden. Na de SMI-cursus was er even sprake van dat ik naar ‘t Harde zou gaan, maar dat ging gelukkig niet door. Op de sportschool was ik trouwens de oudste van de klas”, legt hij uit.

Jeugdvoetbal

De laatste dertien jaren van zijn diensttijd traden er veel veranderingen op. “Het werd meer spielerei en ik had moeite om me daaraan aan te passen. Het is me wel gelukt en ik kon mijn eigen inbreng houden. Ik ging de planning doen en gaf alleen nog de buitenlessen. Veertien jaar geleden zwaaide ik als adjudant af. De laatste jaren was ik jeugdvoetbaltrainer bij Wilhelmina’08, maar daar ben ik enkele weken geleden mee gestopt. Ik stopte er veel tijd in en kreeg bijna geen respons.”

Dan gebeurt er iets, dat mij sterk verbaasde. Thei Berns stapt op en verdwijnt naar boven, om terug te keren met een aanzienlijke stapel mappen. “Kijk zegt hij. Alle oefenstof heb ik opgeschreven en gebundeld naar onderwerp. Er is zoveel oefenstof, joh. Echter, de meeste trainers hier doen een warming up, werken wat af op doel en spelen een partij. Echt trainen is er niet bij. Voor deze mappen is zelfs al geld geboden.” En terecht, want zijn boekwerken, met de hand geschreven, zijn uniek en er is jaren aan gewerkt. Dat had ik nooit achter de praktijkman Berns gezocht. “Wel geef ik nog enkele lessen gymnastiek aan mannen en vrouwen”, vervolgt hij na dit intermezzo. Ik heb ook veel gefietst, zo’n tienduizend kilometer per jaar was niets. Totdat ik overreden werd door een auto en mijn knieën en enkels flink blesseerde, ben ik er mee gestopt”, besluit Thei Berns, die ooit wilde terugkeren naar zijn geliefde Hoensbroek, maar waar niets van terecht kwam. Zijn kinderen en kleinkinderen wonen allemaal in Weert en daar wil ‘macho’ Thei Berns van dichtbij van genieten. Het kan verkeren. 

Publicatiedatum: 23 januari 2020