Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

REFLECTIE

Door Oscar Prins

In de huidige tijd zijn we gewend om te reflecteren. Het past in deze tijd om kritisch te zijn naar jezelf en naar je omgeving, meestal met als doel het bestendigen van het goede en het verder ontwikkelen van een competentie.
Het is opmerkelijk hoe snel ontwikkelingen gaan op het gebied van trainingsleer, kennis van voeding en lifestyle, mentale training en fysiologie. Het lijkt er op dat bezinning dicht tegen stilstand of achteruitgang schuurt. Stilstand is achteruitgang. Voorwaarts is wat defensie voor ogen heeft. Voorbeelden zijn natuurlijk de ontwikkelingen bij het geven van een militaire zelfverdediging les, het omgaan met veiligheid bij het klimmen en de vernieuwde trainingsleer. De kennis van 10 jaar geleden is al niet meer voldoende voor het goed functioneren in de huidige tijd.

Omdat ik in het bezit ben van een aantal boekwerken die de sportorganisatie hanteerde tussen 1930 en 1947 kan ik reflecteren op dat wat het Ministerie van Oorlog voorschreef over Lichamelijke Opvoeding in Militair Verband en het geven van fysieke training in de huidige tijd. Dit kan een reflectie opleveren over ons huidige functioneren in vergelijk met 75 jaar terug in de ontwikkeling. Het kan ons laten inzien wat het nut van ontwikkelen is en waar het toe leidt.

Wanneer ik ons huidige gedachtengoed afzet tegen de oude tijd dan valt natuurlijk op hoe wij ons ontwikkeld hebben. We hebben literatuur tot onze beschikking die tot op wetenschappelijke niveau uitleg geeft aan elke denkbaar item wat we gebruiken binnen onze organisatie. Van, in de jaren 40, een boekje met heel veel algemene teksten tot dikke boekwerken in deze tijd.

Ook valt op dat we in deze tijd veel meer vast zitten aan geschreven regels over veiligheid.

Op het gebied van vorming valt terug te lezen dat “vorming van den geest” een essentieel onderdeel is van de Lichamelijke Opvoeding. Er worden andere termen gebruikt, maar wanneer je tussen de regels doorleest komen termen als: samenwerken, discipline, doorzettingsvermogen en incasseringsvermogen veelvuldig terug bij de verschillende oefengebieden in de vroegere jaren. Dit afgezet tegen het hanteren van de huidige IK 2-16 (vernieuwd) dan is de bedoeling niet veranderd. De hoeveelheid naslagwerk en ondersteunende documenten zijn uiteraard in positieve zin veranderd.

Het leuke van de oude boekjes is dat er zelfs voor de huidige tijd nog bruikbare oefenvormen in staan die, ook in deze tijd nog steeds prima toepasbaar zijn. Wanneer ik de boekjes laat lezen aan collegae dan zijn ze altijd verbaasd over de creatieve vormen die omschreven staan en de toepasbaarheid in deze tijd.

Verder valt op dat vroeger de oorlog een prima referentiepunt vormde voor de noodzaak van fysieke training en vorming. Zoals we nu de uitzendervaringen laten meetellen, zo werd er toen gekeken naar de tweede wereldoorlog. De boekjes zijn dan ook uitgegeven door het Ministerie van Oorlog. In de huidige tijd willen we ons wel eens richten op onze theoretische kennis vertaald in activiteiten. We geven perfect methodisch opgebouwde squat lessen maar weten niet altijd de vertaalslag te maken richting het gevechtsveld. Het is zelfs een tijd geleden dat ik een eenheid in overall, hoge schoenen de poort uit zag gaan om nat, vies en voldaan terug te komen van een terreinwerk les (zonder uitzonderingen te willen beledigen). Net na de oorlog lag dit wel anders. Aangeboden activiteiten hadden ten doel optimaal te functioneren op het gevechtsveld. Activiteiten waren hierop afgestemd en er was dan ook veel aandacht voor het overwinnen van hindernissen, het man tot man gevecht en terreinwerk. De squat en zijn technische uitvoer komt dan ook niet terug in de oude boeken.

De komende teksten heb ik overgenomen uit de oude handleidingen. Het zijn slechts verzamelde fragmenten die naar mijn idee iets van het oude gedachtengoed laten zien. Na deze teksten zal ik mijn mening geven over de verschillen, veranderingen en gevolgen van deze tijd.

 

De boekjes en hun opmerkelijke teksten:

 

 “Deel IV, Het ongewapende Gevecht”.

Citaat: onder ongewapend gevecht moet worden verstaan een serie handelingen of grepen, die ten doel hebben de gewapende of ongewapende tegenstander op snelle en afdoende wijze buiten gevecht te stellen.

Citaat: Het is altijd beter slechts enkele grepen, worpen, slagen en stoten goed te beheersen, dan vele half onder de knie te hebben.

Wenken voor de instructie:

1.   Een goede voorbereiding maakt 50% uit van het succes bij Uw instructie.

2.   Beheers Uw onderwerp, zowel theoretisch als praktisch.

3.   Wees steeds nauwgezet. Wordt ge onverschillig dan vergroot ge de kans op ongelukken.

4.   Zorg dat zich geen scherpe voorwerpen in de zakken van de leerlingen bevinden.

5.   Oefen met kortgeknipte nagels, controleer dit.

Praktische wenken voor de instructeur:

De beoefening is gevaarlijk wanneer de instructeur tekort schiet in zijn kennis omtrent de bouw en werking van het lichaam en zijn organen. En zijn bekwaamheid om de klas of groep tijds de instructie steeds in de hand te houden.

Op de instructeur van het OG rust een grote verantwoordelijkheid. Zelfs bij voorzichtige beoefening kan een greep een sterkere uitwerking hebben dan eigenlijk wel bedoeld is.

Uit: Theorie Oefenvormen Het Nemen Van Hindernissen no 2700

Teneinde te voorkomen dat onrecht, onderdrukking en vernietiging de wereld en daarmee ons volk treffen is het noodzakelijk, dat een sterke macht bestaat, die het recht kan doen handhaven en indien nodig, in de strijd kan doen zegevieren. Dit is na wat de wereld en ons volk in het bijzonder in de lijdens jaren 1940 tot 1945 heeft doorgemaakt, een ieder duidelijk geworden.

De defensieve en offensieve kracht van een leger is afhankelijk van verschillende factoren waarvan enige zeer belangrijk zijn:

De geestelijke en lichamelijke conditie van officieren, onderofficieren en manschappen.

Lichamelijke opvoeding is opvoeding door in het bijzonder invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en vorming van de lichamelijke vermogens. Het hulp bieden bij de ontwikkeling en de vorming van den mens met het doel hem geschikter te doen worden om zelfstandig zijn levensdoel na te streven.

De lichamelijke opvoeding heeft o.m. ten doel de gezondheid te bevorderen. Er moet zorg worden gedragen voor voeding, kleding, wassen, baden, slapen, rusten, frisse lucht, maar ook voor regeling van de tijd die voor werken, rusten, slapen, eten en spelen bestemd is.

In een hoofdstuk over periodisering wordt er gesproken over Voor-training (het geschikt maken van de militair), Speciale training (de huidige taak specifieke training) en Niveau-training (het in stand houden van de getraindheid ).

 

Het vakgebied Deel III, “ De Spelen “, uit april 1949.

 “On the Field of friendly strife are sown the seeds which in other years on other fields will bear the fruits of victory.”

Deze woorden van Generaal D. Mac Arthur, uitgesproken op een sportveld ergens in de Pacific tijdens de tweede wereld oorlog, zijn typerend voor de betekenis, welke deze hoge bevelhebber aan spel beoefening hechtte. Vrijwel iedereen is er thans van overtuigd, dat spelbeoefening een gezonde, ontspanning voor de mens is. Spelbeoefening heeft echter nog een veel grotere betekenis voor het maatschappelijk leven. Het is een middel tot bevordering van het gemeenschapsgevoel en tot vorming van de persoonlijkheid.

In hoofdstuk II van de handleiding wordt uitgebreid ingegaan op de betekenis van het spel voor de militaire opleiding. De diverse vorming fases worden uitgelegd als; IK-phase, Ik-wij-phase en de Wij-phase en als laatste de On-persoonlijke phase.

Ook wordt er ingegaan op karaktervorming, aanvaarden van leiding (discipline) speldiscipline en militaire discipline, team geest en moreel.

Een duidelijk te lezen overeenkomst is dat Lichamelijke Opvoeding en ons huidige LO&Sport gedachtengoed als overeenkomst hebben, dat er slechts getraind wordt wanneer we het lichaam verstoren waarbij we de geest vormen. Het is dan ook het vakmanschap van de leider / instructeur die er voor zorgt dat de militair optimaal, mentaal en fysiek getraind wordt. Het inschatten van het niveau van de individu of groep en zijn getraindheid, het rekening houden met de groepsfases en het geperiodiseerd opwerken naar het toepassen zijn basis termen die in de beide tijdperiodes terug komen.

De kernvraag is dan ook antwoord te geven op de vraag of de huidige ontwikkelingen leiden tot verbetering en verandering.

Naar mijn mening leidt ontwikkeling altijd tot verbetering. Zelfs als je iets ontwikkeld wat niet werkt kun je komen tot verbetering wanneer je juist reflecteert. Het is goed om zicht te houden op de kwaliteit van ons primaire product nl.; de les. Instructeurs hebben de uitdaging om de huidige generatie met al zijn bijzonderheden (Generatie Alpha: Google kids, groeiende technologische kennis, goed opgeleid, materialistisch……) te boeien en te binden door het aanbieden van afgestemde programma’s waarbij we het gevechtsveld van de huidige tijd niet uit het oog moeten verliezen. De jeugd van nu begrijpt technologie en wil hier graag mee werken. De nieuwe generatie kijkt niet op van wearables, apparaten die tegen je praten, en coaching via Social Media. Wanneer we dit afzetten tegen onze toekomst waarbij we proberen mee te gaan met de huidige tijd door veel gebruik te maken van technologie dan is het zeker goed dat we ons continue blijven ontwikkelen. De terreinwerkles van 75 jaar geleden in vergelijk met de huidige terreinwerkles is niet veranderd. Plezier in bewegen, samen een les beleven, moe worden, vies worden, winnen/verliezen, samenwerken, en afzien zijn de overeenkomsten. De basis van ons bestaan is en zal altijd blijven dat we militairen in beweging zetten met als doel optimaal functioneren binnen de functie. Nieuwsgierig ben ik naar de invloed van technologie op onze les van de toekomst.